Nl:Latijnse woorden en expressies/C

From Gramps
Revision as of 14:22, 25 March 2007 by Bmcage (talk | contribs) (New page: Latijnse woorden en expressies die starten met de letter C. {{languages|Latin words and expressions/A|Latijnse woorden en expressies/C}} {{Dict/Glossary|Nl:Latijnse woorden en expressies...)
(diff) ← Older revision | Latest revision (diff) | Newer revision → (diff)
Jump to: navigation, search

Latijnse woorden en expressies die starten met de letter C.

A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z - @ - *


c.,can.
canonicus
ca.
circa
cant.
cantor
capell.
capellanus
civ.
civis, civissa
cod.
codex
cojug.
conjuges
com.
comes, comitis, comitissa
conj.
conjug(i)alis
conjug.
conju(n)x
Cons.eccl.Rom.Smtis
Consuetis ecclesiae Romanae Sacramentis
cop.
copulata, copulatus
C.S.
consiliarius
cust.
custos


cac(c)abus
kookpot
cacelanus
kapelaan
cachexia
groene ziekte
cacubarius
oventegelzetter
cadaver
lijk
caduceator
heraut, onderhandelaar, stratemaker, wegenmaker, bruggenbouwer
caecus
blind
cae-, coe-, celebs (-libis)
vrijgezel, jongman, ongehuwd man, ongetrouwd, echteloos
cae-, coelibatus
ongehuwde staat
caelator
plaatsnijder, graveerder, graveur, drijver, drijfkunstenaar, maker van drijfwerk in goud of zilver
caelator ferarius
ijzersnijder, stempelsnijder
caelator gemmarum
edelsteensnijder
caelator monetarium
muntstempelsnijder
caelator typorum
lettersnijder
caelum abiit (in...)
is naar de hemel (gegaan)
caementarius
steenkapper, metselaar
calcarius
spijkersmid, nagelsmid
calcearius, calceator calcianius, calceolarius, calciarius
schoenmaker
calciferrator
hoefsmid
calculus
legpenning, rekenpenning (penning gebruikt om met behulp van een rekenbord (of rekendoek) te kunnen rekenen.)
calendae
eerste dag van de maand
calida febri
door een warme koorts
califex
schoenmaker
caligarius
soldatenknecht, kousenmaker
caligator
kousen-, broekenmaker
callifex
laarzenfabrikant
cambitor
wisselaar
camerarius
kamerling
campa
uitvlucht
campæ
uitvluchten
campana
klok
campana decimalis
tienden-klok
campanæ
klokken
campanula
kleine klok of bel
campanulæ
klokjes of belletjes
campi custos
veldwachter
campi pars
cijns betaald onder vorm van veldvruchten
campus
vlakte, open veld, slagveld
cancellarius
kanselier
candelarum artifex
kaarsenmaker, kaarsengieter
candidarius
bleker
canisius
hondjes
canonicus
kanunnik
cantatum
gezongen
cantor
zanger
cantrifex, cantrifusor
tingieter
capellanus/ni
kapelaan/anen (de latere onderpastoors), geestelijken die de kapelanieën bedienen
capellania castralis
kapelanie oorspronkelijk aan een kasteel verbonden (vaak is een gebied een kapelanie voor het een parochie wordt)
capellanus
kapelaan, hulppriester
capellula
kapelletje
capillamentarius
pruikenmaker
capitagium
hoofdelijke belasting, personele belasting, hoofdcijns
capitaneus
(mil.) kapitein
capitaneus equestris
(mil.) ritmeester, kavaleriekapitein
caponator
herbergier
caput
hoofd
carbonarius
kolenbrander
carcanum
halsijzer voor misdadiger
carcer
kerker, kerkerkot
caretarius
voerman
carnifex, carnificis
scherprechter, beul, vilder, slager,vleeshouwer
carpentarius
timmerman, schrijnwerker, wagenmaker, rijtuigmaker
carrura
wagen, kar
carta
charter, oorkonde
castellana
burggravin
castellania
kasselrij, burggraafschap
castellanus
kasteelheer, slotvoogd, burchtvoogd, burggraaf, kastelein
castellum, castrum
burcht
catabolensis
vrachtrijder, wagenvoerder, voerman
catalogus confirmatorum
naamlijst van de gevormden
cataphractarius
(mil.) kurassier
catarrhus
zinking
catholicus
katholiek
catopt(r)icus
spiegelmaker, spiegelgieter
caupo
waard, herbergier, kastelein, wijntapper, brouwmeester
caupona
herberg, kroeg, winkel
causa mortis
doodsoorzaak
causa uxoris
uit hoofde van het huwelijk
causidicus
advokaat
cautio, cavere
borgtocht, behoedzaam, voorzichtig zijn
cavere de rato
borg blijven zolang de bijzonderste schuldenaar het voor goed aanneemt
cecus
blind
cedere
overdragen
celebrare
plechtig vieren
celebratus
gevierd
celebravi
ik heb gevierd
celebs, coelebs
ongehuwd, echteloos, ongetrouwd
cellarius
keuken of keldermeester
cementarius
metselaar
cemeterio
op het kerkhof
cenotaphium
grafmonument ter ere van iemand wiens lijk daar niet aanwezig is
censor librorum
boekenkeurder in de R.K. kerk
censuarius
erfpachter
census
rijkdom, cijns
census hereditas
erfpacht
centenarius, centarius
honderdjarige
centesimo
honderd
centesimus
honderdste
centum
honderd
centurio
(mil.) kapitein, ritmeester, bevelhebber over honderd man
centurio equestris
(mil.) ritmeester, kavaleriekapitein
cerarius
wasfabrikant
cerdo
(leer)looier, schoenmaker, ongeschoolde, handswerkman
certa, certum, certus
zeker
ceterus
andere
c(h)elista
violist, vioolspeler, vedelaar, speelman, vioolbouwer
chiliarcha
(mil.) overste, kolonel
chirotecarius
handschoenmaker
chirotheragius,chirotherarius
heelmeester, chirurgijn, (maatschappelijk lager dan medicus)
chirurgus (juratus)
(gezworen) chirurgijn
christiane
op kristelijke wijze
cimiterium
kerkhof
cingularius
gordelmaker, gespenmaker
circa
ongeveer, omtrent
circiter
omstreeks
circa primam matutinam
rond één uur smorgens
circa secundam nocturnam
rond twee uur snachts
circa undecimam antemeridianam
om elf uur voormiddag
circa duodecimam diurnam
om twaalf uur in de dag
circa meridiem
rond de middag
circa tertiam pomeridianam
rond drie uur namiddag
circa quintam vespertinam
om vijf uur savonds
circa undecimam nocturnam
om elf uur snachts
circa vesperam
rond de avond
circulator
venter, marskramer, marktschreeuwer, kwakzalver
civis
burger
civissa
burgeres
civitas
stad
clancula
in het geheim
clarissimus
zeer beroemde
clarum vivorum propagines
stamboom
clauculo
in het geheim
claudus
kreupel, mank, lam
clericus
geestelijke, ook leerling, student, academicus, geleerde
clericus scabinorum
schepenklerk
clibanarius
bakker, ovenmetser, ovengieter, ovenist,(mil.)kurassier
clusor
(ijzer)smid, jagersknecht
coadjunctor
toegevoegd, hulp
cocus
kok
codex
handschrift
coelebs
ongehuwd, ongetrouwd, echteloos
coelibatus
ongehuwde status
coemeterio
kerkhof
cognatio, congationis
spillemaagschap, verwant van moederszijde
cognatus
bloedverwant, spillemaag, verwant van moederszijde (??vader??)
cognita/tus
verwante gekend
cognomen
familienaam
collactanea
zoogzuster
collactaneus
zoogbroeder
collateralis
zijmaag, bloedverwant in de zijlinie
collator
die het recht heeft een ambt te begeven
collybista
munter, werkman in de munt
colonellus
(mil.) overste, kolonel
colonia
pachthoeve
colonus
boer, landbouwer, cijnsman, bouwman, kolonist, bewoner, inwoner
colorator
verver
combusta, combustus
verbrand
comes
graaf
comitin
grafelijk
comitissa
gravin
commater
doopmoeder, meter, peet(tante)
commendator
komtuur, kommandeur, overste
commendator provincialis
landkomtuur, landkommandeur (over een balije van een ridderorde)
commissarius
lasthebber, gemachtigde, bemiddelaar, kommissaris, plaatsvervanger
commissio
opdracht, proefstuk, wedstrijd
commorans
verblijvend te
commorans apud
verblijvend bij
commorare
verblijven
commutator
wisselaar
communicantes
paasplichtigen
communitas
gemeente
comparare
verschijnen
compater, compatris
doopvader, peter, peet(oom)
compere
peter
compositor calopodiorum
leestmaker, houtenschoenmaker
compositor vaginarum
wapenschedemaker
comprivignus
medestiefzoon
computus
rekening
concillium Tridentinum
het concilie van Trente
concubinatus
uit de vrije echt; een alternatief Romeins huwelijk (met concubine, typisch als vrouw de bruidschat niet kan betalen)
concursus
examen voor betrekking als pastoor
condicta
bruid, verloofde
condictus
bruidegom
condimentarius
specerijenkoopman, kruidenier, drogist
conditio
beroep
conditione (sub-)
(onder0voorwaarde
confamiliaris
tot de familie behorend
confesso
biecht
confessione et extrema unctione praemunitus
voorzien van de laatste sacramenten (biecht en H.Oliesel)
confessus
gebiecht
confirmati
gevormden
confirmatorum (registrum)
register van vormelingen
confirmatus
gevormd
congeneralis
verwant, familielid
coniu(c)s
echtgenoot
coniuga
de echtgenote
coniugae
van de echtgenote
coniugatoren
echtelieden
coniuges
de echtgenoten, gehuwden
coniugis
van de echtgenoot
coniugum
echtgenoten (mv. genitief, van)
coniuncti
gehuwden
coniunx
de echtgenoot, echtgenote
coniunxi matrimonio
heb ik in den echt verbonden
coniux
komt meestal voor in de tweede naamval van het meervoud "conjugum", echtelieden
conjugalis
gehuwd
conjugata, conjugatus
gehuwd
conjugatio
(echt)verbintenis, huwelijk
conjugere
uithuwelijken, ten huwelijk geven
conjuges
echtgenoten, echtelieden, echtelingen
conjugiale, conjugialis
(bn) echtelijk, huwelijks
conjugium
het huwelijk aangaan
conjugum
echtgenoten (mv. genitief van...), zijn gehuwd
conjuncta, conjunctus
(bn) verbonden, gehuwd, verwant (in 't algemeen)
conjuncti fuerunt,-sunt
zijn getrouwd
conjunctio
(echt)verbintenis, huwelijk, verwantschap, ook de verwanten
conju(n)x, coniu(c)s, contectalis
echtgenoot, man, echtgenote, vrouw
conjurgatus
gehuwd
connubium
huwelijk
consanguineus, -nea
bloedverwant
consanguinitas, -tatis
van de bloedverwantschap
conscabinus
medeschepen
consensu meo
met mijn toestemming
consensu parentum
met toestemming van de ouders
consensu pastoris
met toestemming van de pastoor
consensu quorum interest
met toestemming van de belanghebbenden
consiliarius
raadslid, raadsheer, raadgever, bijzitter
consobrina
tantesdochter van moederszijde, dochter van moederszuster, volle of eigen nicht
consobrinus
volle neef, gezusters kinderen, kind van iemands oom of tante
consobrina magnus
kleindochter van de zuster van de grootmoeder
consobrinus magnus
kleinzoon van de zuster van de grootmoeder
consocer
mede-schoonvader
consors
gemaal, echtgenoot, man
con(e)stabul(-arius),(-us)
konstabel, politieagent, bewaker
consortis
gemaal, echtgenoot, man
consuetis ecclesiae (Romanae) sacramentis
met de gebruikelijke sacramenten van de (Roomse) Kerk
consul
raadsheer, vaak ook burgemeester
contectalis
echtgenoot, man, echtgenote, vrouw
conthoralis
echtgenote
contractante nuptiali
huwelijkse voorwaarden
contrahunt
huwen
contrahunt matrimonium
zij sluiten een huwelijk
contraxerunt
het huwelijk aangegaan
contraxerunt matrimonium
sloten een huwelijk
contraxit sponsalia
deden trouwbelofte, ondertrouw
contribulis
stamgenoot, verwant
conubium
huwelijk
conversus (ad fidem catholeam)
bekeerd (tot het katholiek geloof), bekeerling
copiae
legers
copula conjugalis
echtverbintenis, echtvereniging
copulanda, copulandus
trouwer, persoon die wil huwen
copulare
kerkelijk trouwen
copulata, copulatus
(bn) gehuwd, getrouwd, getrouwde, gehuwde
copulatio
kerkelijke huwelijksvoltrekking
copulatio coram
huwelijksvoltrekking in tegenwoordigheid van, -ten overstaan van
copulati fuere, -fuerunt, -sunt
zij zijn getrouwd
coqua
keukenmeid
coquus
kok
coram
ten overstaan van, in tegenwoordigheid van
coram judice
ten overstaan van de rechter
coram me infrascripto pastore
voor mij ondertekenende pastoor
coram notario et testibus
voor notaris en getuigen
coram omni plebe
voor veel aanwezigen
coram praedicante acatholica
voor de niet-katholieke (protestantse) predikant 
coram testibus
voor de getuigen
corbiferius
korfdrager
corbifex
mandenmaker
cordarius
touwslager, lijndraaier, koordmaker
corem
bij
coriarius
leerbereider, leerbewerker, leerlooier, schoenmaker, riemenmaker, gordelmaker
coronarius, coronator
lijkschouwer
corpus
lichaam
corpus alienum
vreemd element
corpusculum
lichaampje
correptus
overvallen, weggerukt
corrigiarius
riemenmaker, gordelmaker, zadelmaker
costa
wederhelft, vrouw,(eig. rib)
cotarius, cotiarius
slijper, wetter, arbeider, huisbediende
cremeterium
kerkhof
cribrarius
zeefmaker
crispator
pruikenmaker, barbier, kapper
crucesignatus
kruisvaarder
crucifer
kruisvaarder, kruisridder
crucis
van het kruis
crumenarius
beurzenmaker, tassenmaker, leerbewerker, koffermaker, zadelmaker
crux
kruis
cubicularia
kamermeid
cubiculum
(slaap)kamer
cuius anima requiescat in pace
zijn ziel rust in vrede
cuius loco
in wiens plaats
cuius vicem supplevit
in wiens plaats optrad
cuius vices egit
in wiens plaats optrad
cujus
van wie
cujus filia
van wie dochter is
cuius loc(o) (-um) tenuit
wiens plaats werd ingenomen door
culcit(r)arius
stoffeerder, mantelmaker
cultellarius, cultellifex, cultrarius, cultrariux
messenmaker
cum
met, als, ofschoon, wanneer, omdat
cum ab illustrissimo ac reverendissimo domino episcopo obtena dispensatione in bannis
met dispensatie in de roepen verkregen van de illustere en zeer eerwaarde heer bisschop
cum amicis
met vrienden, - vriendinnen
cum consensu pastoris
met toestemming van de pastoor
cum dispensatione
met dispensatie, met vrijstelling
cum dispensatione impedimenti consanguinitatis
met vrijstelling van huwelijksbeletsel door verwantschap
cum dispensationei in bannis
met vrijstelling der roepen
cum dispensatione in banno
met vrijstelling in één roep
cum fundo et omnibus pertinenti(bus) (-is)
met de grond en alles wat er toe behoort
cum mea licentia
met mijn vergunning
cum missa
met een mis
cum pertinentiis
met toebehoorten (koopakte en rentbrieven)
cum suis
met gevolg (in de zin van : met de zijnen)
cum totali relaxatione
met volledige vrijstelling (geruststelling)
cumulare
cumuleren, cumulatie van ambten en opstapeling van wedden door één persoon
cum vigilus et exequiis
met vigiliën en uitvaart
cuparius
tonnenmaker, kuiper
cupe(n)dinarius
koekbakker, banketbakker, winkelier, kramer
cup(r)ifex
koperslager, koperbewerker
curanda
pupil, pleegdochter
curandus
pupil, pleegzoon
curator
voogd, verzorger, verpleger, bestuurder, toezichter
curator ventris
curator over ongeboren vrucht
curatus
pastoor
currus
wagen, gespan, kar
cursor
bode
curtiu
de korte
custodis
koster (2e naamval)
custos
koster, opziener, opzichter, behoeder, beschermer, deurwachter, portier, (be)waker, wachter
custos camporum
veldwachter
custos mercenarius
gehuurde koster
custos ovium
schapenhoeder, schaapsherder
custos porcorum
varkenshoeder
cyrothecarius
handschoenmaker