Een overzicht van Latijnse woorden en expressies die je kunt tegenkomen bij het lezen van oude bronnen.
|
A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z - @ - * |
A
- A.C.
- anno Christi
- A.D.
- anno Domini
- aet.
- aetatis
- a.m.
- ante meridiem
- ampl.
- amplissima/..simus
- a.u.s.
- actum ut supra
- a,ab
- van, van der
- abamita
- zuster van de betovergrootvader, ook wel van de overgrootvader of van de grootvader
- abavia
- betovergrootmoeder
- abavunculus
- broer van de betovergrootmoeder, de overgrootmoeder of de grootmoeder
- abavus,abavia
- betovergrootvader, betovergrootmoeder (alg.):voorouder, voorzaat, voorvader, voormoeder
- abba(s),abbatis
- abt
- abbatia
- abdij
- abbatiola
- kleine abdij
- abbati(ss)a
- abdis
- ablutus
- gezuiverd, gewassen (door het doopsel)
- abernarius faber
- ketelmaker, ketelslager, ketelsmid, ketellapper, blikslager
- ab hoc et hab ac
- van de hak op de tak, verward, in het wild praten
- abiit
- hij/zij is vertrokken
- ab infantia
- vanaf zijn kinderjaren
B
- b. bap. bapt.
- baptisata, baptisatus, baptizata, baptizatus
- B.L.
- benevole lector
- B.M.
- Beatae Memoriae
- B.M.V.
- Beattae Mariae Virginis
- baccalaureus
- houder van de laagste academische graad, student die zijn algemene academische opleiding afgesloten en de specialisatiecyclus aangevat heeft, ondermeester
- bajula, bajulus
- boodschapper, bode, besteller, kruier, (last)drager
- baliu, balius
- voogd van mindere rang
- bal(l)ivus
- opperrechter, landvoogd, grafelijk ambtenaar, hofmeester, regent, baljuw
- balneator
- badstoofhouder, scheerder, barbier, kapper
- bannum
- banaal (gedwongen gebruik van een voorwerp toehorende aande landheer en waarvoor hij betaling eiste.) (bv) dwangmolens, banale oven
- bannus
- (huwelijks) afkondiging